Vorige week verscheen het onderzoeksrapport VCRS Value-Cycle For Real-Space. Een onderzoek naar de bijdrage van transsectorale samenwerking in informele gebiedsontwikkeling aan de creatie van maatschappelijke waarde”.

Dit onderzoek is verricht in opdracht van het Atelier Rijksbouwmeester. Veertig betrokkenen uit twee broedplaatsen, vijf soortgelijke initiatieven en één workshop, hebben samen het nodige inzicht gegeven in een breed stakeholderonderzoek. Zij komen uit zeer verschillende sectoren: milieu en energie, vastgoed, circulaire techniek, cultuur, bedrijfsleven, ontwerp, overheid, finance en wetenschap. Al deze mensen hebben hun verhaal gedaan over hun bijdrage aan de informele duurzame gebiedsontwikkeling in twee broedplaatsen: Het Schieblock in Rotterdam en De Ceuvel in Amsterdam. 

Maatschappelijke waarde toont zich in dit onderzoek als doel én als middel voor duurzame gebiedsontwikkeling, en blijkt de bron te zijn van materieele innovatie en sociale verbindingen in de fysieke ruimte. Dankzij een sector-neutrale benadering is de bijdrage van alle stakeholders op waarde geschat en in zijn context bekeken. Iedereen is gevraagd naar hun doelstellingen, hun netwerk, hun middelen, de diensten die ze bieden en de afspraken die dat mogelijk maken. Zo maakt ieders actie deel uit van een verspreidde inzet ten behoeve van een duurzame leefomgeving. De complexe opgave van de integrale aanpak van de Duurzaamheidsdoelen (VN SDGs) wordt zo inzichtelijk en eenvoudig gemaakt voor alle mogelijke bevolkingslagen en groepen. Dat is de unieke waarde van het onderwerp en van de benadering van dit onderzoek; de maatschappelijke waarde te duiden die nodig is als middel voor het gezamenlijk nastreven van klimaatdoelen, en als doel voor duurzaam welzijn in de maatschappij.

Misschien wel de belangrijkste uitdaging van de klimaattransitie is het constructief koppelen van sectoroverschreidende agendas, en dat zonder de historische staatsregie over de prioriteiten. Daarvoor is het van groot belang om stabiele en capabele coalities te maken die een pioniersrol kunnen nemen in het uitvinden van nieuwe beheers- en verdienmodellen. De waarde die daarin wordt nagestreefd kan niet langer worden gereduceerd tot financieele, economische of aandeelhouderswaarde. Maatschappelijke waarde in gezondheid, gemeenschap en welzijn, zal daarin een belangrijke rol moeten spelen, als aanvulling en zelfs bron van belevingswaarde. In het onderzoek komt dit onder andere naar voren in de herontwikkeling van de voormalige Shelltoren in Rotterdam. Het ontwikkelrisico is mede gedragen door de maatscahppelijke waarde van de nabijgelegen broedplaats Het Schieblock. Financieele en maatschappelijke waarde werken hier samen.

De klimaattransitie wordt op dit moment grofweg op twee manieren benaderd. Het ene kamp rekent op een op Jeremy Rifkin geïnspireerde en marktgedreven belofte van circulaire techniek en big-data als oplossing voor iedereen. Het andere kamp volgt een groeiend aantal onheilspellende noodklokkenluiders, waaronder UN Global Compact adviseur Jem Bendell. Daartussenin bevinden zich vele nuances. Het valt op dat de urgentie in 2019 nog steeds welingelichtte mensen overvalt, zoals Rutger Bregman getuigt in de Correspondent (16/05/19). Het valt ook op dat de complexiteit van de transitie noopt tot het herschikken van de prioriteiten. Henk Ovink zei in de VN “Tegen de tijd dat Nederland onderloopt, hebben we wel andere problemen” (28/02/19).

De kracht van de transsectorale samenwerkingen in de broedplaatsen die voor het onderzoek zijn bestudeerd, zit in de verwikkeling van de urgentie, de complexiteit, de technische middelen en de maatschappelijke doelen. Het innoveren van sobere technieken voor een duurzame toekomst is een absolute prioriteit. Voor die innovaties moeten verschillende sectoren hun ervaringen combineren. Het inter-menselijk handelen, tussen partijen van verschillende afkomst, opleiding, vakgebied, generatie, ethniciteit en geslacht, stimuleert de innovatie en de verbindingen. Zo gezien lijkt het misschien veel op een landelijk politiek beleidsstuk, maar het grote verschil is dat het bij broedplaatsen draait om praktijkgerichtte initiatieven op fysieke plekken van een overzichtelijk schaal. Broedplaatsen zijn niet zozeer kaderend zoals de politiek, maar eerder ondernemend. En dan niet ondernemend vanachter een computerscherm met reclame, clicks en likes maar op een plek waar mensen werken, ontmoeten en leren. Dat doen ze niet persé met elkaar maar wel bij elkaar, en niet voor de hele wereld maar wel voor het behapbare deel van hun open gemeenschap. 

De broedplaatsen uit dit onderzoek, geleid en bevolkt met vele verschillende gedreven inidividuen, tonen dat de complexe opgave van transsectoraal samenwerken aan duurzaamheid waarde oplevert – technische waarde en maatschappelijke waarde. Deze complexiteit is op de schaal van hun locaties zichtbaar en voelbaar, begrijpelijk en hanteerbaar. Het maakt alle stakeholders samen eigenaar van hun situatie en van de oplossing. Dit maakt broedplaatsen tot zeer waardevolle prototypes van een nieuw en open paradigma, waar complexiteit en diversiteit de basis vormen voor circulariteit, solidariteit, inclusiviteit en weerbaarheid. Maatschappelijke waarde is niet alleen een doel dat we uit kunnen stellen totdat de techniek een oplossing heeft, maar ook een middel dat we kunnen inzetten om gezamenlijk de duurzaamheidsdoelen na te streven – overheden en burgers, bedrijven en klanten, eigenheimers en immigranten, leiders en volgers, ouders en kinderen. Dat is chaotisch, ingewikkeld en complex maar zeer de moeite waard, net als de broedplaatsen zelf.